Toerisme in La Libertad

    

Als toeristen uit het vliegtuig in Managua stappen, nemen ze vaak meteen de route naar het westen  van Nicaragua. Maar als je van authentiek en rust houdt, is een route richting La Libertad naar het zuidoosten een aanrader. De eerste 20 kilometer gaan over een vrij drukke weg met af en toe zicht op het meer van Managua. Als we bij San Benito rechtsaf slaan, hebben we de weg bijna voor onszelf. Hier begint het heuvellandschap. De weg loopt langs een flink stuwmeer. Vis wordt geserveerd bij enkele kleine restaurantjes aan de oever van het meer met mooi uitzicht. Verderop een verwijzing naar de heetwaterbronnen Aguas Claras. Daar kun je overnachten. Even voor Tecolostote, zo’n 30 kilometer voor Juigalpa, is het tijd voor een verfrissing en eenvoudige maaltijd (maduro frito relleno de queso y crema dulce) bij Asados Emilia, een kleurig wegrestaurantje. Hier begint de provincie Chontales. Tot voor kort moest je in de hoofdstad Juigalpa zijn voor een ATM en benzine, maar sinds 2016 heeft La Libertad een bank met een ATM. Na Juigalpa begint de weg naar La Libertad. De weg is 32 km lang en sinds eind 2010 geplaveid. Het is een licht glooiende weg met prachtige vergezichten. Het is hier nog rustiger. Voor files hoef je niet te vrezen, of het moet een kudde koeien zijn die over de weg verplaatst wordt door boeren te paard. Het moet heerlijk zijn om in deze stille, adembenemende omgeving per fiets naar La Libertad te reizen. En halverwege bij El Mirador guirilas te eten, een  chontaleense lekkernij gemaakt van jonge mais met room of kaas.

    

Betulia
Ongeveer tien kilometer voor La Libertad wordt het landschap steeds groener. Voor een verfrissende duik moet je een paar kilometer de weg links naar Betulia volgen. Aan de rechterkant bevindt zich finca Las Tres Marias met de prachtige waterval El Coroso en een mooie natuurlijk zwemgelegenheid. Doorrijden naar Betulia is een optie. Het is een typisch plattelands dorp met een school, een kerk en een restaurant. Zelfs in de droge tijd moet je door een of meer rivieren waden.

In het centrum van Betulia slijten elke donderdag de inwoners van de omringende comarcas hun producten op de lokale markt. Het karakteristieke gehucht Betulia, 200 inwoners, bestaat in feite uit geconcentreerde lintbebouwing van voornamelijk eenvoudige houten huisjes met golfplaten daken. De donderdagmarkt van Betulia vormt een “handelscentrum” voor het uitgestrekte en moeilijk toegankelijke buitengebied. De sfeer wordt hier bepaald door de vele paarden, het belangrijkste vervoermiddel van de comarcas, en de vrij rondlopende dieren. Bijzonder is dat de kern van Betulia ook voorzien is van een kleine, fraaie in hout uitgevoerde stierenarena. Twintig minuten voorbij het gehucht Betulia ligt de ‘Salto El Brujo’. Dit is een getrapte waterval, die zonder duidelijke aanduiding of gids lastig te vinden is.

      

La Libertad
La Libertad ligt aan de voet van het Amerrique gebergte. Vanwege het aangename klimaat en de aanwezigheid van goudhoudend erts is het uitgegroeid tot een stadje van enige omvang. 
Van welke kant de bezoeker La Libertad ook binnenrijdt, de route is prachtig en een toeristische beleving op zich met een aantal uitzichtpunten die zeker een stop waard zijn. Gezegd wordt dat La Libertad haar naam dankt aan het vrije, ongecontroleerde leven van de goudzoekers in het begin van de 19de eeuw. Goudwinning is na veehouderij de belangrijkste inkomstenbron. Al meer dan 100 jaar wordt hier op traditionele wijze goud gewonnen. Sinds ruim 20 jaar is er ook industriële mijnbouw door grote internationale concerns. Dat is sinds 2008 het Canadese bedrijf B2Gold.

      

Als we het stadje bereiken wordt de bezoeker via een fraai vormgegeven rotonde linksaf naar het mijngebied verwezen. Het eerste dat opvalt bij binnenkomst in de bebouwde kom is de afwezigheid van afval. Het rijkelijk aanwezige groen, de overwegend ruime verkaveling, de steile straten en de veelheid van traditionele houten huizen met een veranda, ondersteund door fraai bewerkte houten kolommen, geven de stad een vriendelijk karakter. Door de goudwinning in de bergen die het stadje omringen, zijn er ook een aantal ambachtelijke juweliers gevestigd. Van buiten La Libertad komen mensen specifiek voor deze juweliers naar het dorp.

    

Toeristische attracties
Rondlopen in La Libertad is een attractie op zich. Het Casa Museo wordt het centrale punt waar informatie te krijgen is en van waaruit excursies gemaakt kunnen worden. Hier kan men binnenkort een expositie over de historie van de goudwinning in La Libertad bekijken en kan accommodatie, vervoer of een gids geregeld worden. 

                                                            

Een goede start van de kennismaking met de stad is een wandeling naar de Cerro la Cruz, een kapel die bovenop een heuvel is gelegen met een prachtig uitzicht over de stad, de mijnen en de wijdere omgeving. Het pad dat door de weilanden voert, is goed toegankelijk. Er is een mogelijkheid om het pad via het Parque Central te bereiken. Daartoe moet de Rio Mico overgestoken worden, hetgeen in de zomer vrij eenvoudig is, maar gedurende het regenseizoen natte voeten kan opleveren.

    

Na dit bezoek wordt de excursie vervolgd naar de ambachtelijke mijnen, de ruta del oro. Hier kan de bezoeker kennismaken met de wijze waarop van oudsher op kleinschalige wijze gouderts wordt gedolven. Langs een aantal open putten, komt de bezoeker bij de hoger gelegen tunnels. Hier krijgt de toerist toelichting op de traditionele werkwijze én de mogelijkheid om af te dalen in een van deze tunnels om aan den lijve te ondervinden hoe de mijnwerkers hun werk doen en de omstandigheden waaronder dit vele meters onder de grond plaatsvindt. Diegenen die het aandurven, krijgen een zaklampje aan een elastiek op hun hoofd bevestigd en nemen vervolgens plaats op een houten zitje aan een metalen kabel waarmee zij met de hand naar beneden worden gelieerd. Na een afdaling van zo’n 30 meter door een smal mangat wordt de bezoeker opgewacht door de mijnwerkers (een stuk of vijf), die in de nauwe gangen hun dagelijkse werk toelichten, slechts bijgelicht door de “kop” lampen. Via een buis, die tevens dienstdoet als luchttoevoer, wordt naar boven geroepen dat de toerist veilig is aangekomen. Als er behoefte is aan frisse lucht, voldoet een simpel “AIRE!” door de buis om de compressor boven weer even te laten draaien. Wanneer de toerist voldoende geproefd heeft van het ondergrondse mijnwerkersbestaan, wordt via de buis gevraagd de toerist weer omhoog te takelen. Eenmaal weer boven, en na de stoere verhalen te hebben uitgewisseld met de achterblijvers, volgt nog een demonstratie van hoe via vermaling en na vermengen met water in een uitgeholde koehoorn het goud van de erts gescheiden wordt.

   

De excursie vervolgt haar weg naar het centrum van La Libertad. Op een achtererf wordt de bezoeker ontvangen door de ertsverwerker die toelicht hoe het proces van goudwinning in zijn werk gaat. In rastra’s (maalstenen, aangedreven met achterassen van vrachtwagens) worden ertsbrokken verpulverd tot gruis. Na toevoeging van water en kwik wordt het goud gescheiden van de erts en is het klaar voor de verkoop.

Via het Parque Central gaat de excursie, al lopend, verder richting een ambachtelijke goudsmid/juwelier. In grote lijnen vertelt de toegewijde smid hoe het aantal karaat van het goud vastgesteld wordt. Ook worden de diverse technieken gedemonstreerd, die de smid hanteert bij het maken van zijn sieraden. De ontspannen wijze waarop hier met goud en geld wordt omgegaan zal de westerse bezoeker verbazen.

  

Muziek is een niet weg te denken element in het leven de Libertijnen. De mariachi’s zorgen bij ontvangsten en partijen voor traditionele Nicamuziek. Tijdens grote evenementen, zoals de patroonsfeesten, is de fanfare actief. Het belangrijkste patroonsfeest is dat van Virgen de la Luz op 10 mei; daar komen mensen uit de wijde omgeving op af. 

Hotels
Hotel Ocon Vargas ligt midden in de stad. Door de geluiden van bussen, auto’s, hanen, honden en muziek voel je je deel van de Libertijnse samenleving. De eigenaars zijn vriendelijk, de kamers eenvoudig en schoon, sommige met en sommige zonder eigen douche en toilet. Er is een overdekte patio en een zwembad.  $ 13 tot $ 20 p.p.p.n.; ontbijt $ 2,50; gratis wifi. Je kunt hier niet met een creditcard betalen. De Banpro-bank in La Libertad
heeft een ATM, ook voor buitenlandse transacties.

Hotel Orosi ligt aan de rand van het centrum achter een gesloten hek. De kamers zijn schoon en iets groter. Sommige kamers hebben geen ramen, wel airco. $ 20 p.p.p.n. Geen ontbijtmogelijkheid, gratis wifi. 

  

Eetgelegenheden 
Restaurant Casa de la Vega ligt aan de hoofdweg met Marbelly “Sandra” als vriendelijke eigenaar. Het restaurant is stijlvol ingericht in een oud, mooi geconserveerd pand. Prima eten. Aan de overkant ligt restaurant El Jalapeno van eigenaar Anibal Lazo. Goed eten, echte Nicasfeer. Comedor en pulperìa Adela Lopez aan een straat parallel aan de hoofdweg, heeft een wisselend dagmenu; eenvoudig en gastvrij. Comedor Sanchez op de hoek bij de Casa Materna voor een snelle voedzame hap.

  
  

Vervoer
In La Libertad rijden motortaxi’s af en aan. Voor een tochtje verder weg kun je gebruik maken van het officiële openbaar vervoer, vaak oude Amerikaanse schoolbussen die tussen Juigalpa en El Ayoterijden. Achterop een pick up is ook een goede mogelijkheid.

    

Uitstapjes 
Via het Casa Museo is in de toekomst hopelijk te regelen een excursie naar een van de finca’s. Daar kun je kennismaken met het boerenleven en een ritje op een paard maken. De stadjes Santo Domingo en San Pedro de Lovago in de directe omgeving zijn een bezoek waard. 

  

La Libertad kan heel goed opgenomen worden in een west-oost route door Nicaragua.
Van Managua via Juigalpa, La Libertad en San Pedro de Lovago richting El Rama. Vandaar met een motorboot naar Bluefields aan de oostkust. Nog wat oostelijker ligt Corn Island met zijn bounty stranden. Daarvandaan met een vliegtuigje van La Costeña weer terug naar Managua.

 

Bronnen:
Turismo en el Campo door Bob Nederveen en Tessa Groenen in opdracht van LBSNN, mei 2011. Verslag werkbezoek DOS delegatie door Anneke van der Haar, Mart Hopmans en Monic Schaapveld,  februari 2014